Toekomstperspectief

Toekomstperspectief

(West 8 Urban Design & Landscape Architecture)

> Een klimaatbestendige delta
> Duurzaam, concurrerend en circulair
> Kwaliteit van leven in stad en dorp
> Nabijheid en betrouwbare verbindingen
> Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk

In wat voor Nederland willen we graag leven? In 2050 is Nederland een land waarin het gezond en (nog steeds) fijn wonen en leven is. Waar de inwoners de hoge leefomgevingskwaliteit voelen en waarderen. Waar iedereen de ruimte heeft zich te ontplooien. Een land met een gezonde, toekomstbestendige economie. Een economie die duurzaam en circulair is en floreert. Waar we schaarse grondstoffen in de grond laten zitten of hergebruiken en fossiele brandstoffen hebben vervangen door schone bronnen. Een land dat nauw verbonden is met zijn buurlanden en de rest van de wereld en een actieve speler is in de internationale gemeenschap.

Onze steden en dorpen zijn aangenaam en vitaal. Ons platteland is productief en aantrekkelijk. Een land met uitstekende bereikbaarheid, waar door allerhande innovaties iedereen zich soepel kan verplaatsen, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast. Waar locaties voor wonen en werken zorgvuldig zijn gekozen zodat onnodige mobiliteit wordt voorkomen. Waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontmoeten, ontspannen en tot onszelf te komen. Waar de natuur floreert. Een gezond, schoon klimaatbestendig land, met veel ruimte voor groen en water. Een veilig land, beschermd tegen overstromingen en andere gevaren. Waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water. Een land dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. 

Wat willen we?
Dit toekomstperspectief is een ideaalbeeld. Niemand kan voorspellen hoe Nederland er in 2050 daadwerkelijk uitziet. We weten dat sommige maatschappelijke en technologische ontwikkelingen van grote invloed zullen zijn op onze leefomgeving. Sommige kunnen we beïnvloeden, andere komen onstuitbaar op ons af. Maar hoe, en in welke mate? Veel relevanter voor nu is de vraag in wat voor land we zouden willen leven. Welke ambities hebben we en welke waarden streven we na? Wat willen we behouden en wat willen we dat er verandert? Als we dat helder hebben, kunnen we beter sturen en de juiste beslissingen nemen voor de toekomst.

Toekomstperspectief
Niet iedereen heeft hetzelfde ideaal. De een voelt zich thuis in een dynamische metropool, de ander wil liever een zo landelijk mogelijke leefomgeving. Daarvoor moeten we met elkaar afgestemde keuzes maken en ons land heel bewust inrichten. De wensen en ambities die we daarbij hebben, proberen we in dit toekomstperspectief bijeen te brengen. 

Een klimaatbestendige delta
 

(West 8 Urban Design & Landscape Architecture)

Klimaatverandering
Om in ons laaggelegen land te kunnen blijven wonen, leven en ondernemen hebben we er in 2050 voor gezorgd dat Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering. Door over te gaan op een CO2-arme energievoorziening draagt Nederland in een internationale coalitie bij aan het voorkomen van verdere klimaatverandering. Extreme weersomstandigheden komen desondanks nog steeds voor: hogere temperaturen, een hogere zeespiegel, nattere winters, hevige piekbuien en droge zomers. Daaraan hebben we ons aangepast. We hebben onze gebouwde omgeving in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Bijvoorbeeld door voldoende aanwezigheid van plekken met water en groen om hittestress tegen te gaan en wateroverlast te voorkomen. Ook onze vitale infrastructuur, zowel onder- als bovengronds, is bestendig tegen extreme weersomstandigheden. 

Waterveiligheid
Nederland is een delta, die voor een vijfde deel uit water en zee bestaat. Met waterveiligheid en waterhuishouding hebben we eeuwenlange ervaring. Waterveiligheid, basisvoorwaarde voor het leven in ons land, is in 2050 gegarandeerd, ook in het laaggelegen westen van ons land. We hebben ruimte ingericht voor robuuste waterkeringen. 

Zoetwater en drinkwatervoorziening
Tegelijk hebben we voldoende zoetwater beschikbaar van goede kwaliteit. We hebben maatregelen genomen tegen verzilting, daling van het grondwaterpeil en verontreiniging (bijvoorbeeld door meststoffen, microplastics of medicijnresten). Zo houden we de kwaliteit van ons drinkwater op peil en hoeven drinkwaterbedrijven minder maatregelen te nemen voor het leveren van schoon water. Waar we vroeger afvalwater loosden, winnen we nu steeds meer grondstoffen en warmte terug uit dat water. In 2050 zetten rioolwaterzuiveringsinstallaties maximaal in op hergebruik van afvalwater voor het winnen van grondstoffen. 

Duurzaam, concurrerend en circulair
 

(West 8 Urban Design & Landscape Architecture)

Vestigingsklimaat en quality of life
Nederland heeft in 2050 een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life en is nauw verbonden met de rest van de wereld. Dat open karakter bepaalt in belangrijke mate onze welvaart en ons welzijn. Aan onze grensoverschrijdende relaties hechten we dan ook groot belang. Ons land is goed aangesloten op markten en ontwikkelingen buiten onze landsgrenzen en internationale samenwerkingsverbanden. Nederland is in 2050 nog steeds een van de vijf meest concurrerende economieën van de wereld. 

Toekomstbestendig
Een belangrijk uitgangspunt is, dat onze economie toekomstbestendig is. Duurzaam en groei gaan hand in hand. Dat betekent dat we afscheid hebben genomen van de vervuilende manieren van produceren en consumeren, waarbij we onze leefomgeving schade berokkenen. Daarom werkt Nederland samen met andere landen aan een duurzame en circulaire economie. Een economie met een sterk verdienpotentieel, met een bestendige groei.

Zodat wij onze welvaart behouden en tegelijkertijd bijdragen aan een stabiel klimaat, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en afhankelijkheid van eindige fossiele grondstoffen. Dit is in lijn met de Parijse klimaatdoelstelling om in 2050 vrijwel geheel klimaatneutraal te zijn. Ook de doelstelling om in 2050 een economie te hebben die 100% circulair is, is dan gehaald. Dit betekent dat we geen afval meer hebben en grondstoffen steeds opnieuw gebruiken, zonder de problemen te verplaatsen naar andere gebieden of af te wentelen op toekomstige generaties.

Klimaatneutraal
De ambitie is dat we gezamenlijk deze omslag naar 100% circulair in 2050 hebben gerealiseerd en dat we een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving hebben. Op een wijze waarbij de bewoners en gebruikers volledig zijn meegenomen in de aanpak en profiteren van de economische voordelen hiervan. 

We maken een robuust, betrouwbaar, en veilig hoofdnetwerk van buisleidingen mogelijk om de transitie naar een circulaire economie en CO2-arme energievoorziening te realiseren. Daarbij passen nieuwe, duurzame infrastructuren, productie-eenheden en opslaglocaties, zoals laadstations en –pleinen, stations en opwekkingseenheden voor waterstof (bijvoorbeeld bij aanlandpunten van elektriciteit van zee), netwerken voor restwarmte en ondergrondse CO2-opslag. Ook toepassing van duurzame warmte via geothermie of aquathermie is in 2050 mainstream geworden. Er zijn meer windenergieparken op zee en land, veel meer zonnedaken, nieuwe hoogspanningsleidingen en plaatsen voor opslag (zo mogelijk ondergronds). Lokale energievoorzieningen zijn gerealiseerd met betrokkenheid van bewoners in de directe omgeving. Huizen en gebouwen zijn energieneutraal of zelfs energieopwekkend. In 2050 in zijn we erin geslaagd al deze ontwikkelingen zorgvuldig in te passen, met zo min mogelijk hinder of overlast voor mensen en het ecosysteem. Bijvoorbeeld doordat bedrijvigheid en het opwekken van duurzame energie dicht bij elkaar zijn gepland.

Circulaire economie
De circulaire economie zal merkbare invloed op onze omgeving hebben.  Uitgangspunt is dat gebruikte grondstoffen en materialen in gebouwen, wegen, en objecten zoals viaducten en bruggen hun waarde behouden zodat na de gebruiksfase geen afvalstromen overblijven. Dit vraagt een andere manier van ontwerpen: veilige materialen, producten en processen die in de gehele levenscyclus geen schadelijke emissies of andere risico’s meer veroorzaken en dus verwaarloosbare gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Het is een noodzakelijke voorwaarde voor het realiseren van een circulaire economie en een veilige leefomgeving. Een circulaire economie is niet mogelijk zonder een ecologisch stabiel systeem met voldoende biodiversiteit. De natuur voorziet ons van grondstoffen en materialen en biedt andere ecosysteemdiensten als luchtzuivering en waterberging.

Functies combineren
De nieuwe, duurzame economie zal de komende decennia nog naast de huidige lineaire, fossiele economie bestaan. Dit maakt de ruimteclaim in die overgangsperiode potentieel groter. De kunst is om verschillende functies hierbij te combineren, zonder de risico’s en milieunadelen te vergroten. Dit kan bijvoorbeeld doordat de vijf bestaande clusters met energie-intensieve industrie (Rotterdamse haven/Rijnmond, Amsterdamse haven /IJmond/ Noordzeekanaalgebied, Eemshaven/Delfzijl, Vlissingen/Terneuzen, en Chemelot/Zuid-Limburg) er een rol bij krijgen. Zij hebben een belangrijke positie in het produceren van de duurzame bronnen, die ook de gebouwde omgeving van energie voorzien. Woon- en werkgebieden zijn zo op het vlak van energie meer met elkaar verweven.

Maatschappelijke winst
Het resultaat is een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie, nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden. Met aantrekkelijke steden en uitstekende woon- en werklocaties. In combinatie met een uitstekende bereikbaarheid door de lucht, over water en land, trekt ons land daarmee internationale bedrijven en instellingen aan en creëren we een voedingsbodem voor innovatie, startups en nieuwe ontwikkelingen. We hebben in 2050 nog steeds voldoende ontwikkelingsruimte voor onze belangrijke havens en luchthavens (w.o. de mainports), de kennisintensieve maakindustrie (Brainport), kennisclusters, internet-exchanges (digiports) en toplocaties voor de tuinbouw (greenports), al zullen deze tegen die tijd van gedaante zijn veranderd.

Kwaliteit van leven in stad en dorp
 

(West 8 Urban Design & Landscape Architecture)

Iedereen wil prettig wonen, in de stad of een kleinere gemeente, op bereikbare afstand van werk en voorzieningen. Het streven is een kwalitatief goede woningvoorraad, die regionaal aansluit op de woonbehoefte. Met voldoende groen in de directe nabijheid. Quality of life bestaat voor een wezenlijk deel uit een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. We willen onze steden en dorpen naar 2050 ontwikkelen met kwaliteit. Geen ongebreidelde, maar gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is. Met wensen van bewoners en gebruikers als centraal uitgangspunt.

Diversiteit in wonen
Onze steden en dorpen van de toekomst zijn gevarieerd, voor alle doelgroepen, toegankelijk voor iedereen. Het is er gezond en veilig: de luchtkwaliteit is sterk verbeterd ten opzichte van nu, de geluidhinder afgenomen, de omgevings-, verkeers- en sociale veiligheid zijn vergroot. Het zijn inclusieve, sociale gemeenschappen: iedereen heeft de kans om deel nemen aan het maatschappelijke leven, er zijn genoeg mogelijkheden voor sociale interactie, geschikt voor jong en oud, omdat we levensloopbestendig bouwen. Bij het vormgeven van de leefomgeving zorgen we voor voldoende inspraak, dialoog en betrokkenheid en houden we rekening met uiteenlopende belangen en leefstijlen. 

Het uiterlijk van onze steden en dorpen is 2050 veranderd. Wonen, werken, natuur, openbare ruimte en voorzieningen zijn veel meer met elkaar verweven. Er is meer dichtheid, minder leegstand en verval, meer groen en water. Op sommige plekken hebben we meer de hoogte in gebouwd, maar altijd met kwaliteit. Hierbij maken we steeds gebruik van het historische karakter en de kracht van ontwerp. We zorgen ervoor dat specifieke waardevolle karakteristieken van onze steden en dorpen tenminste behouden zijn gebleven of zich verder hebben ontwikkeld.

Stedelijk netwerk
In 2050 wonen meer mensen in de steden en stedelijke regio’s, die steeds belangrijker zijn geworden voor onze economie. Dat heeft zich vertaald in groei van het aantal inwoners. De kracht van Nederland ligt nog steeds in haar polycentrische structuur van steden en stedelijke regio’s van verschillende schaal en dynamiek die complementair als één systeem functioneren. Vergeleken met veel buitenlandse metropolen zijn onze steden ieder voor zich nog relatief klein. Daarom is de verbinding tussen en binnen deze regio’s voor ons land zo belangrijk. Het maakt dat Nederland in 2050 als één geheel functioneert. 

Prettige woonmilieus
De toenemende verstedelijking heeft bijgedragen aan de verduurzaming van Nederland en een goede kwaliteit van leven. Ook in de toekomst koesteren we de kleinschaligheid en diversiteit die onze steden kenmerken. Stedelijke groei is primair binnen de bestaande stedelijke gebieden gefaciliteerd. Zo is de natuur nabij de stad gebleven. We bieden iedereen de mogelijkheid om betaalbaar te wonen, waarbij we de kwaliteit, leefbaarheid en identiteit van onze steden verder versterken. Met nieuwe stedenbouwkundige concepten hebben we veelvormige woonmilieus en nieuwe vormen van mobiliteit gecreëerd die prettig zijn om in te leven. Nieuwe ontwikkelingen hebben op goed bereikbare locaties plaats gevonden. 

Rust en ruimte
In sommige delen van het land wonen in 2050 minder mensen dan anno 2019. Het potentieel van deze regio’s hebben we blijvend benut. Nieuwe (economische) initiatieven, rust en ruimte, hebben nieuwe impulsen gegeven, waardoor deze regio’s leefbaar en vitaal zijn gebleven.

Nabijheid en betrouwbare verbindingen
 

(West 8 Urban Design & Landscape Architecture)

Divers patroon mobiliteit 
De manier waarop we ons verplaatsen is in 2050 veranderd. Door andere patronen in het werken en de invulling van onze vrije tijd heeft het dagelijks leven een minder vast patroon. Dit leidt tot een meer divers patroon in hoe en wanneer we ons verplaatsen (meer ‘kris-kras’ verplaatsingen en op andere tijden). 

Uitstekende bereikbaarheid
Een uitstekende bereikbaarheid is cruciaal. Daarom hebben we in 2050 een goede en betrouwbare infrastructuur als onderdeel van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Dit geldt voor verbindingen binnen en tussen steden en economische kerngebieden door het land, maar ook over de grens. We hebben een hoogwaardig en samenhangend stedelijk, regionaal en hoofdnetwerk (weg en OV), een goed ontwikkeld netwerk voor lopen en fietsen, een soepel functionerend vaarwegennetwerk en uitstekende luchtvaartverbindingen, zowel voor goederen als personen. 

Hoe gaan mensen in 2050 om met alle nieuwe vormen die er zijn om ons te verplaatsen? Het is eigenlijk onmogelijk om die vraag nu al te beantwoorden. Wel kunnen we technische mogelijkheden met onze ambities verbinden. Gezien de verwachte (prijs)ontwikkelingen is het waarschijnlijk dat het overgrote deel van de verplaatsingen in Nederland in 2050 per (zelfrijdende) auto gebeurt. Die moet onderdeel zijn van een geïntegreerd mobiliteitssysteem, waarbij bijvoorbeeld parkeerfaciliteiten en overstapvoorzieningen aan de rand van de regio of de stad (hub functie) worden gebruikt: binnen de stedelijke regio’s is dan een grote rol weggelegd voor het OV, de fiets en lopen.

Met digitale techniek verloopt de reis zo aangenaam en soepel mogelijk. Vraaggestuurd vervoer (‘Mobility as a Service’) is in 2050 gemeengoed. Zeker ook in de meer landelijke regio’s worden de mogelijkheden daarvan benut.

(Zelfrijdende) treinen, waaronder lightrail blijven van groot belang daar waar de reizigersstromen ‘dik’ zijn. Zowel tussen steden als binnen de stedelijke gebieden. Voor de middellange afstanden binnen Noordwest-Europa biedt de trein op verschillende trajecten een duurzaam alternatief voor het vliegtuig. 

Het wagenpark is in 2050 schoon en duurzaam, bijvoorbeeld door de elektrische auto en wellicht de waterstofauto. Dit draagt bij aan de reductie van CO2 en fijnstof. 

Locatiekeuzes
Keuzes in de realisatie van infrastructuur en verbetering van de (stedelijke) mobiliteit zijn gekoppeld aan de locatiekeuzes voor wonen en werken. Nabijheid is daarbij het uitgangspunt. In onze steden bewegen we ons in 2050 nog gemakkelijker en efficiënter met de fiets, te voet en met het (voor iedereen toegankelijke) openbaar vervoer. De (zelfrijdende) auto heeft binnen de hoogstedelijke omgeving een ondergeschikte rol, zodat deze daar niet te veel ruimte inneemt. Bij de ontwikkeling van nieuwe woon- en werkgebieden vanaf het begin rekening gehouden met autodelen en inzet van vraagafhankelijke, zelfrijdende voertuigen (‘pods’).

Luchtvaart
De groei van de wereldbevolking, welvaart en mondiale relaties zorgen ervoor dat het vliegverkeer een belangrijke rol blijft vervullen voor met name het afleggen van lange afstanden. Hierbij is een sterk internationaal netwerk, dat Nederland in verbinding houdt met de wereld, van groot belang. Uitdaging is dat op een zo veilig, efficiënt en duurzaam mogelijke manier vorm te geven en daarvoor initiatieven te ondersteunen. De CO2-uitstoot van het vliegverkeer is in 2050 duidelijk verlaagd. Te denken valt aan efficiëntere luchtverkeersroutes, zuinigere vliegtuigen, synthetische kerosine en (deels) elektrisch vliegen. 

Goederenvervoer
Uitdagingen liggen er niet alleen bij personenvervoer, maar ook bij goederentransport. Daarvoor gebruiken we een transportsysteem dat toekomst- en klimaatbestendig is. Nederland heeft zijn ijzersterke positie behouden als belangrijkste logistieke toegangspoort tot Europa en exporteur van goederen. Onze infrastructuur voor weg, water en luchtverkeer, evenals voor productie, transport en handel van goederen, is van hoog niveau. Ook voor de transitie naar een circulaire economie is dit van groot belang. Producten die aan het eind zijn van hun gebruiksduur, worden op grote schaal ingezameld, verwerkt tot nieuwe grondstoffen en opnieuw gedistribueerd. Verduurzaming brengt met zich mee dat gasolie (diesel), als belangrijkste brandstof voor alle soorten goederentransport en binnenvaart, heeft plaats gemaakt voor schone brandstoffen en aandrijftechnieken. Om vrachtverkeer in de (binnen)stad terug te dringen, zijn er overslagpunten voor goederen aan de randen van steden.

Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk
 

(West 8 Urban Design & Landscape Architecture)

Een veilig en gezond leven voor iedereen staat in 2050 voorop. Onze leefomgeving nodigt uit om te bewegen (wandelen, fietsen, sporten en spelen), elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen.

Kwaliteit water, lucht, bodem en ondergrond
De inspanningen om de kwaliteit van water, bodem en lucht te verbeteren, hebben in 2050 resultaat gehad. Het verlies aan gezonde levensjaren vanwege luchtkwaliteit is sterk teruggebracht, waarbij het ultieme doel is dat er geen gezondheidsschade meer optreedt (gezondheidsbescherming). Dit geldt ook in binnensteden, langs wegen en rondom intensieve veehouderijen. De leefomgeving is zoveel als mogelijk vrij van vervuiling door het wegverkeer. Auto’s, vrachtwagens en bussen, vaartuigen, rijwielen en mobiele werktuigen stoten geen CO2, bijna geen roet en geen andere luchtvervuiling meer uit. Zeker op plekken waar wonen, werken en productie samengaan, heeft dat extra aandacht. Ook geluidhinder is fors afgenomen. Verstoringen die gezondheidsschade tot gevolg zouden hebben, zijn door extra maatregelen verminderd, ook waar bebouwingsdichtheden zijn toegenomen. Hetzelfde geldt voor stankhinder. Schade aan infrastructuur, openbare ruimten en gebouwen door bodemdaling is door verhoging van het waterpeil beperkt.

Duurzaam gebruik is geborgd door rekening te houden met het functioneren van bodem en ondergrond als natuurlijk systeem. Daarmee zijn kringlopen van (voedings)stoffen, water en energie in stand gehouden of hersteld en zijn verontreinigingen zoveel mogelijk voorkomen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden vanaf het begin van de planvorming de bovengrond en de ondergrond in samenhang bezien. Driedimensionale ruimtelijke ordening staat centraal. Zo worden verschillende maatschappelijke opgaven met elkaar gecombineerd om zo efficiënt mogelijk de beschikbare ruimte onder en boven de grond te benutten.

Gezondheidsbevorderende leefomgeving
In 2050 is de leefomgeving zodanig ingericht dat de gezondheid van mensen bevorderd wordt. De leefomgeving verleidt tot een gezonde leefstijl, zoals bewegen (sporten, bewegen, fietsen en wandelen), spelen, ontspannen en het ontmoeten van anderen. Bijvoorbeeld door meer (stedelijk) groen, waterspeelplaatsen, fiets- en wandelpaden, zitbankjes, groene schoolpleinen en rookvrije gebieden. Door een integrale benadering in de stedelijke ontwikkeling is gezondheidswinst behaald in wijken waar relatief veel kwetsbare groepen wonen.

Omgevingsveiligheid
De omgevingsveiligheid is in 2050 toegenomen, dankzij sanering van bijvoorbeeld risicovolle situaties en de inzet op risicobeheersing bij bijvoorbeeld het gebruik van gevaarlijke stoffen. Met behulp van wet- en regelgeving is in vrijwel heel Nederland het basisbeschermingsniveau sterk verbeterd, zodat we veilig, schoon en gezond kunnen leven. Industriële activiteiten zijn niet gemengd met publieksfuncties of woonbebouwing. Dergelijke industriële activiteiten zijn vooral langs transportroutes en in de havens en industriegebieden geconcentreerd. Dat betekent dat we daarvoor milieuruimte hebben ingericht en terughoudend zijn met het toelaten van andere functies in die gebieden.

Ruimte voor defensie
Een veilig Nederland kent in 2050 tevens een robuust defensiebeleid. Er is ruimte voor huisvesting van eenheden, oefenterreinen, vliegvelden, schietbanen en toegang tot zee. Een spreiding van defensielocaties over het land blijft van belang. Tegelijk zijn bepaalde militaire activiteiten geclusterd en gecombineerd op grotere locaties. Operationele eenheden zijn zoveel mogelijk gehuisvest op plaatsen binnen redelijke afstand van de oefenmogelijkheden.

Land- en tuinbouw en natuur
In 2050 is het grootste deel van ons grondoppervlak nog steeds bestemd voor land- en tuinbouw en natuur. Wel ziet ons landbouw- en voedselsysteem er in de toekomst anders uit. De Nederlandse landbouwsector behoudt zijn positie als koploper, maar dan met duurzame kringlooplandbouw. Dit betekent bijvoorbeeld dat de melkveehouderij meer grondgebonden is geworden: veevoer wordt meer van het eigen land of uit de directe omgeving betrokken en de uitstoot van schadelijke stoffen en broeikasgassen en het verlies van nutriënten naar bodem, water en lucht zal tot nagenoeg nul zijn gereduceerd. Landbouw en biodiversiteit versterken elkaar. Sommige teelten zullen niet meer in de open lucht maar overdekt plaatsvinden, deels ook in stedelijke omgeving (‘vertical farming’). In de niet-grondgebonden veehouderij zijn integrale duurzame stallen de standaard: stallen die gezond zijn voor de leefomgeving, waar zuinig en efficiënt wordt omgegaan met grondstoffen en nutriënten en een hoog niveau van dierenwelzijn is bereikt.

Nieuwe gewassen zijn bestand tegen verzilting van de bodem. Naast de agrarische functie levert het landelijk gebied tal van andere belangrijke diensten aan de samenleving, zoals waterberging, zuivering van lucht en water, de opslag van CO2 en grondstoffen voor duurzame productie. Ook de visserij wordt verder verduurzaamd. Natuur en economie zijn en blijven met elkaar in balans.

Natuurinclusieve ontwikkeling
Nederland kent in de toekomst meer ruimte voor natuur, door natuur- en landschapswaarden sterker te integreren met andere ontwikkelingen. Bij nieuwe bouw- en ontwikkelopgaven is natuurinclusieve ontwikkeling de norm, zowel in de stad als in het landelijk gebied. Dit wordt in de ontwerpopgave standaard meegenomen. Het natuurareaal is vergroot en de water- en milieucondities zijn verbeterd. Nederland heeft op basis van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (VHR [1]) de verantwoordelijkheid om het bestaan van soorten en ecosystemen duurzaam te borgen. Dit geldt niet alleen op het land, maar ook voor de zee streven we naar een goede milieutoestand met een duurzaam en verantwoord gebruik. In het stedelijk gebied is er in 2050 voldoende ruimte voor natuur en groen, om bijvoorbeeld insecten genoeg overlevingskansen te geven. Bodemdaling van slappe bodems is uiterlijk in 2050 aanzienlijk verminderd.

Erfgoed en identiteit
Onze landschappen, ons gebouwde en archeologisch erfgoed, onze nationale parken en ook de karakteristieke verschijningsvorm van onze dorpen en steden bepalen in 2050 net als nu de Nederlandse identiteit. Het zijn belangrijke cultuurhistorische waarden, die we voor de toekomst hebben behouden. We streven naar een herkenbare leefomgeving met karakter. Dat betekent dat we zuinig omgaan met ons landschap en ons cultureel erfgoed. We hebben opgetreden waar ‘verrommeling’ en ‘verloodsing’ dreigden. We hebben een nieuwe toekomst gevonden voor monumentale gebouwen, zoals kerken, maar ook moderner erfgoed, zoals in onbruik geraakte fabrieken. Op een aantal plekken zijn de veranderingen zo groot dat zij – conform de Nederlandse traditie – de opmaat waren om, met kwaliteit, nieuw landschap en erfgoed te ontwerpen en te ontwikkelen.

Kortom, we omarmen het nieuwe en koesteren het bestaande. Zo bouwen we samen aan een mooi, gezond en veilig Nederland waarin we ook in 2050 graag willen leven.

(West 8 Urban Design & Landscape Architecture)

[1] Richtlijn inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992) en Richtlijn inzake het behoud van de vogelstand (2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009).